Hardheid bepalen

Inleiding

Het meten van de hardheid wordt vooral gedaan met het oog op het voorkomen van (soorten) waterslakken. De hardheid van het water is vaak een goede indicator voor het waterregime: sloten met zacht water worden voornamelijk door regenwater en oppervlakkig afstromend water gevoed. Bovendien is kalk een essentieel element voor de huisjes van waterslakken. De hardheid van water wordt uitgedrukt in Duitse graden: ºd. Eén Duitse graad staat voor 10 mg calciumoxide per liter. Voor levende organismen is 12 ºd de minimale hardheid. In het algemeen is er een goede samenhang met de zuurgraad: zuur water is in het algemeen zacht en neutraal water in het algemeen hard.

Totale hardheidKwaliteit
0 – 4 ºdzeer zacht
5 – 8 ºdzacht
9 – 18 ºdmiddelmatige hardheid
19 – 30 ºdhard
30 ºdzeer hard
Waterslak


Werkwijze

  • Breng wat water van het monsterpunt op het teststrookje.
  • Vergelijk de kleur van het teststrookje met de kleurenschaal en lees de totale hardheid af.

Resultaat

Een tabel met waarde(n) hardheid van de monsterpunten.

Conclusie en verdieping

  • De kwaliteitsnorm voor de hardheid in oppervlaktewater is een minimale hardheid van 12 ºd. Voldoet het water aan de norm voor de hardheid?
  • Bij een te lage totale hardheid gaan waterplanten slechter groeien (en verslijmen). Geef hiervoor een verklaring.
  • Bij een te lage totale hardheid gaat het water eerder verzuren. Geef hiervoor een verklaring.