De zes onderdelen van een practicumverslag

  • Een practicumverslag bestaat uit zes onderdelen. Deze worden hieronder per niveau toegelicht. De kleur tekst geeft aan voor welke leerjaren de eisen gelden.
    • Alle leerjaren
    • Vanaf leerjaar 3
    • Vanaf leerjaar 4
  • Klik voor meer informatie en aandachtspunten van een onderdeel op de koppeling/titel.
  • Informatie over bronvermelding (van afbeeldingen).
  • Informatie (indien van toepassing) voor bijhouden proceslogboek.
  • Antwoorden op veel gestelde ICT-vragen.
Gebruik van AI is NIET toegestaan bij het schrijven van het practicumverslag.

1 Titel

De titel dekt de inhoud, is kort en is niet in de vragende vorm.

2 Inleiding

De inleiding heeft geen tussenkopjes (als onderzoeksvraag en hypothese) en bestaat uit de volgende onderdelen:

  • Aanleiding van het onderzoek: waarom voer je het practicum uit?
  • Doel van het onderzoek.
  • (Persoonlijk) leerdoel: wat wil je leren?
  • Met wie werk je samen (indien van toepassing).
  • Verwijzing naar beroep: bij welk beroep komt practicum van pas?
  • De onderzoeksvraag is gegeven in de opdracht.
  • Je formuleert een onderzoeksvraag. Deze kan niet met ja/nee beantwoord worden.
  • Een hypothese als antwoord op de onderzoeksvraag.

3 Werkplan

  • Materiaal: een opsommingslijst van materialen.
  • Methode: een weergave van de stappen van het practicum volgens kookboekmethode (incl. ondersteuning door foto’s van het proefopstelling).
  • Verkrijgen resultaten: op welke manier meet en verwerk je de resultaten van het practicum.

4 Resultaten

  • De resultaten bevatten tabel(len) en grafiek(en) welke nodig zijn om de onderzoeksvraag te beantwoorden en om aan te geven of hypothese wel/niet klopt.
  • In de opdracht staat welke grafiektype je moet gebruiken.


5 Conclusie

De conclusie heeft geen tussenkopjes en bestaat uit de volgende onderdelen:

  • Herhalen van de onderzoeksvraag.
  • Reflectie op de resultaten.
  • Antwoord op de de onderzoeksvraag.

6 Discussie

De discussie heeft geen tussenkopjes en bestaat uit de volgende onderdelen:

  • Herhalen van de hypothese.
  • Klopt de hypothese wel/niet?
  • Hoe was de samenwerking? Geef jezelf een top en een tip.
  • Motiveer of je jouw leerdoel wel/niet bereikt hebt.

Reflectievragen

De antwoorden op de reflectievragen staan na het onderdeel Discussie.

Proceslogboek (indien van toepassing)

Een proceslogboek is persoonlijk en de volgende onderdelen zijn in een tabel weergegeven:

  • De uitgevoerde activiteiten.
  • Op welke datum de activiteiten uitgevoerd zijn.
  • Hoeveel tijd de activiteiten gekost hebben.

Eisen (basis)vaardigheden

  • Gebruik correct Nederlands: zonder spel-, grammatica- en typefouten.
  • Gebruik zinnen met een onderwerp en gezegde.
  • Gebruik herkenbare alinea’s (door extra marge/witregel).
  • Gebruik geen spreektaal.
  • Gebruik geen ik-vorm (behalve in reflecties).
  • Alle onderdelen van het practicumverslag zijn gemaakt in Word (of een andere tekstverwerker).
  • Je gebruikt een duidelijk lettertype (als Arial) in grootte 12, regelafstand 1,15 en paginamarges van 2,5 centimeter (voor alle zijden).
  • Gebruik alleen functionele afbeeldingen.
  • De afbeeldingen bevatten een bijschrift.
  • De lay-out is consequent: één lettertype, gebruik koppen, gebruik witregels, …
  • Gebruik stijlen (in Word) voor de opmaak van document.
  • Berekeningen bevatten een uitwerking.

1 Titel

De titel dekt de inhoud, is kort en is niet in de vragende vorm.

2 Inleiding

De inleiding heeft geen tussenkopjes (als onderzoeksvraag en hypothese) en bestaat uit de volgende onderdelen:

  • Aanleiding van het onderzoek: waarom voer je het practicum uit?
  • Doel van het onderzoek.
  • (Persoonlijk) leerdoel: wat wil je leren?
  • Met wie werk je samen (indien van toepassing).
  • Verwijzing naar beroep: bij welk beroep komt practicum van pas?
  • De onderzoeksvraag is gegeven in de opdracht.
  • Je formuleert een onderzoeksvraag. Deze kan niet met ja/nee beantwoord worden.
  • Een hypothese als antwoord op de onderzoeksvraag.

3 Werkplan

  • Materiaal: een opsommingslijst van materialen.
  • Methode: een weergave van de stappen van het practicum volgens kookboekmethode (incl. ondersteuning door foto’s van het proefopstelling).
  • Verkrijgen resultaten: op welke manier meet en verwerk je de resultaten van het practicum.

4 Resultaten

  • De resultaten bevatten tabel(len) en grafiek(en) welke nodig zijn om de onderzoeksvraag te beantwoorden en om aan te geven of hypothese wel/niet klopt.
  • In de opdracht staat welke grafiektype je moet gebruiken.
  • In de opdracht hoeft niet te staan welke grafiektype je moet gebruiken.


5 Conclusie

De conclusie heeft geen tussenkopjes en bestaat uit de volgende onderdelen:

  • Herhalen van de onderzoeksvraag.
  • Reflectie op de resultaten.
  • Antwoord op de de onderzoeksvraag.

6 Discussie

De discussie heeft geen tussenkopjes en bestaat uit de volgende onderdelen:

  • Herhalen van de hypothese.
  • Klopt de hypothese wel/niet?
  • Hoe was de samenwerking? Geef jezelf een top en een tip.
  • Motiveer of je jouw leerdoel wel/niet bereikt hebt.
  • Geef een verandering/aanpassing in het werkplan waardoor het practicum meer betrouwbaar wordt.

Reflectievragen

De antwoorden op de reflectievragen staan na het onderdeel Discussie.

Proceslogboek (indien van toepassing)

Een proceslogboek is persoonlijk en de volgende onderdelen zijn in een tabel weergegeven:

  • De uitgevoerde activiteiten.
  • Op welke datum de activiteiten uitgevoerd zijn.
  • Hoeveel tijd de activiteiten gekost hebben.

Eisen (basis)vaardigheden

  • Gebruik correct Nederlands: zonder spel-, grammatica- en typefouten.
  • Gebruik zinnen met een onderwerp en gezegde.
  • Gebruik herkenbare alinea’s (door extra marge/witregel).
  • Gebruik geen spreektaal.
  • Gebruik geen ik-vorm (behalve in reflecties).
  • Alle onderdelen van het practicumverslag zijn gemaakt in Word (of een andere tekstverwerker).
  • Je gebruikt een duidelijk lettertype (als Arial) in grootte 12, regelafstand 1,15 en paginamarges van 2,5 centimeter (voor alle zijden).
  • Gebruik alleen functionele afbeeldingen.
  • De afbeeldingen bevatten een bijschrift.
  • De lay-out is consequent: één lettertype, gebruik koppen, gebruik witregels, …
  • Gebruik stijlen (in Word) voor de opmaak van document.
  • Berekeningen bevatten een uitwerking.

1 Titel

De titel dekt de inhoud, is kort en is niet in de vragende vorm.

2 Inleiding

De inleiding heeft geen tussenkopjes (als onderzoeksvraag en hypothese) en bestaat uit de volgende onderdelen:

  • Aanleiding van het onderzoek: waarom voer je het practicum uit?
  • Doel van het onderzoek.
  • (Persoonlijk) leerdoel: wat wil je leren?
  • Met wie werk je samen (indien van toepassing).
  • Onderbouwing bij welk beroep het practicum van pas komt.
  • Relevante theorie door gebruik externe bronnen incl. bronvermelding.
  • Je formuleert een onderzoeksvraag. Deze kan niet met ja/nee beantwoord worden en bevat één variabele.
  • Een hypothese als antwoord op de onderzoeksvraag.
  • De hypothese is toetsbaar: met de practicumresultaten kan hypothese bevestigt/verworpen worden.

3 Werkplan

  • Materiaal: een opsommingslijst van materialen.
  • Methode: een weergave van de stappen van het practicum volgens kookboekmethode (incl. ondersteuning door foto’s van het proefopstelling).
  • Verkrijgen resultaten: op welke manier meet en verwerk je de resultaten van het practicum.

4 Resultaten

  • De resultaten bevatten tabel(len) en grafiek(en) welke nodig zijn om de onderzoeksvraag te beantwoorden en om aan te geven of hypothese wel/niet klopt.
  • In de opdracht staat welke grafiektype je moet gebruiken.
  • In de opdracht hoeft niet te staan welke grafiektype je moet gebruiken.


5 Conclusie

De conclusie heeft geen tussenkopjes en bestaat uit de volgende onderdelen:

  • Herhalen van de onderzoeksvraag.
  • Reflectie op de resultaten.
  • Antwoord op de de onderzoeksvraag.

6 Discussie

De discussie heeft geen tussenkopjes en bestaat uit de volgende onderdelen:

  • Herhalen van de hypothese.
  • Klopt de hypothese wel/niet?
  • Reflectie op de samenwerking.
  • Motiveer of je jouw leerdoel wel/niet bereikt hebt.
  • Geef een verandering/aanpassing in het werkplan waardoor het practicum meer betrouwbaar wordt.
  • Geef aan wat de resultaten beïnvloedt heeft.
  • Geef aan in hoeverre het practicum valide en betrouwbaar is.
  • Geef aanbevelingen voor vervolgonderzoek.

Reflectievragen

Verwerk minimaal twee reflectievragen in het verslag. De antwoorden van de overige reflectievragen staan na het onderdeel Discussie.

Proceslogboek (indien van toepassing)

Een proceslogboek is persoonlijk en de volgende onderdelen zijn in een tabel weergegeven:

  • De uitgevoerde activiteiten.
  • Op welke datum de activiteiten uitgevoerd zijn.
  • Hoeveel tijd de activiteiten gekost hebben.
  • Opmerkingen.

Eisen (basis)vaardigheden

  • Gebruik correct Nederlands: zonder spel-, grammatica- en typefouten.
  • Gebruik zinnen met een onderwerp en gezegde.
  • Gebruik herkenbare alinea’s (door extra marge/witregel).
  • Gebruik geen spreektaal.
  • Gebruik geen ik-vorm (behalve in reflecties).
  • Alle onderdelen van het practicumverslag zijn gemaakt in Word (of een andere tekstverwerker).
  • Grafiek(en) zijn gemaakt in Excel.
  • Je gebruikt een duidelijk lettertype (als Arial) in grootte 12, regelafstand 1,15 en paginamarges van 2,5 centimeter (voor alle zijden).
  • Gebruik alleen functionele afbeeldingen.
  • De afbeeldingen bevatten een bijschrift.
  • De lay-out is consequent: één lettertype, gebruik koppen, gebruik witregels, …
  • Gebruik stijlen (in Word) voor de opmaak van document.
  • Gebruik APA voor bronvermelding en literatuurlijst.
  • Berekeningen bevatten een uitwerking.

1 Titel

De titel dekt de inhoud, is kort en is niet in de vragende vorm.

2 Inleiding

De inleiding heeft geen tussenkopjes (als onderzoeksvraag en hypothese) en bestaat uit de volgende onderdelen:

  • Aanleiding van het onderzoek: waarom voer je het practicum uit?
  • Doel van het onderzoek.
  • (Persoonlijk) leerdoel: wat wil je leren?
  • Met wie werk je samen (indien van toepassing).
  • Onderbouwing bij welke maatschappelijke toepassing het practicum van pas komt.
  • Relevante theorie door gebruik externe bronnen met bronvermelding.
  • Je formuleert een onderzoeksvraag. Deze kan niet met ja/nee beantwoord worden en bevat één variabele.
  • Een hypothese als antwoord op de onderzoeksvraag.
  • De hypothese is toetsbaar: met de practicumresultaten kan hypothese bevestigt/verworpen worden.

3 Werkplan

  • Materiaal: een opsommingslijst van materialen.
  • Methode: een weergave van de stappen van het practicum volgens kookboekmethode (incl. ondersteuning door foto’s van het proefopstelling).
  • Verkrijgen resultaten: op welke manier meet en verwerk je de resultaten van het practicum.

4 Resultaten

  • De resultaten bevatten tabel(len) en grafiek(en) welke nodig zijn om de onderzoeksvraag te beantwoorden en om aan te geven of hypothese wel/niet klopt.
  • In de opdracht staat welke grafiektype je moet gebruiken.
  • In de opdracht staat niet welke grafiektype je moet gebruiken.


5 Conclusie

De conclusie heeft geen tussenkopjes en bestaat uit de volgende onderdelen:

  • Herhalen van de onderzoeksvraag.
  • Reflectie op de resultaten.
  • Antwoord op de de onderzoeksvraag.

6 Discussie

De discussie heeft geen tussenkopjes en bestaat uit de volgende onderdelen:

  • Herhalen van de hypothese.
  • Klopt de hypothese wel/niet?
  • Reflectie op de samenwerking.
  • Stel concrete ontwikkelpunten op die aansluiten bij je leerdoel.
  • Geef een verandering/aanpassing in het werkplan waardoor het practicum meer betrouwbaar wordt.
  • Geef aan wat de resultaten beïnvloedt heeft.
  • Reflectie op gevonden resultaten met andere (vergelijkbare) onderzoeken. Denk aan bronvermelding.
  • Geef aan in hoeverre het practicum valide en betrouwbaar is.
  • Geef (onderbouwde) aanbevelingen voor vervolgonderzoek.

Reflectievragen

Verwerk alle reflectievragen in het verslag.

Proceslogboek (indien van toepassing)

Een proceslogboek is persoonlijk en de volgende onderdelen zijn in een tabel weergegeven:

  • De uitgevoerde activiteiten.
  • Op welke datum de activiteiten uitgevoerd zijn.
  • Hoeveel tijd de activiteiten gekost hebben.
  • Opmerkingen.

Eisen (basis)vaardigheden

  • Gebruik correct Nederlands: zonder spel-, grammatica- en typefouten.
  • Gebruik zinnen met een onderwerp en gezegde.
  • Gebruik herkenbare alinea’s (door extra marge/witregel).
  • Gebruik geen spreektaal.
  • Gebruik geen ik-vorm (behalve in reflecties).
  • Alle onderdelen van het practicumverslag zijn gemaakt in Word (of een andere tekstverwerker).
  • Grafiek(en) zijn gemaakt in Excel.
  • Je gebruikt een duidelijk lettertype (als Arial) in grootte 12, regelafstand 1,15 en paginamarges van 2,5 centimeter (voor alle zijden).
  • Gebruik alleen functionele afbeeldingen.
  • De afbeeldingen bevatten een bijschrift.
  • De lay-out is consequent: één lettertype, gebruik koppen, gebruik witregels, …
  • Gebruik stijlen (in Word) voor de opmaak van document.
  • Gebruik APA voor bronvermelding en literatuurlijst.
  • Berekeningen bevatten een uitwerking.



Deel deze pagina