Onderdelen verslag natuurwetenschappelijk onderzoek

Deze handleiding geeft aan uit welke onderdelen een onderzoeksverslag bij uitvoeren natuurwetenschappelijk onderzoek (lees: experiment) bestaat en aan welke eisen deze moeten voldoen. Eigen mening en/of een woord van dank is (alleen) te vinden in een voorwoord.

Gebruik in het verslag correct Nederlands (of Engels) taalgebruik. Denk hierbij aan (werkwoord)spelling, grammatica en zinsbouw. Het verslag bevat enkel functionele afbeeldingen.

Overleg tijdig met je docent/begeleider over aanpak onderzoek, opzet verslag en/of specifieke eisen. Gebruik FAQ ICT (֍) voor digitale ondersteuning bij schrijven van het verslag.

Gebruik van AI bij schrijven onderzoeksverslag
Gebruik van AI bij schrijven onderzoeksverslag.

Voorkant

Een voorkant bevat:

  • Een pakkende en originele titel met eventueel een ondertitel. De titel moet de inhoud dekken, is kort en is niet in de vragende vorm.
  • Een afbeelding die met het onderzoek te maken heeft.
  • De auteur(s)

Een voorkant bevat geen paginanummer.

Voorbeeld voorkant onderzoeksverslag
Afbeelding x
Voorbeeld voorkant verslag

Titelpagina

Opbouw

  • Titel (en eventueel ondertitel)
  • Auteurs
  • Leerjaar
  • Vak(ken)
  • Begeleider(s)
  • School
  • Plaats
  • datum
  • Een titelpagina bevat geen paginanummering.
  • Een titelpagina bevat geen afbeelding.

Samenvatting

De samenvatting is een apart onderdeel van het verslag. Het moet mogelijk zijn de samenvatting te begrijpen zonder dat je de rest van het verslag moet raadplegen.

Opbouw

  • Ga in op de probleemstelling, doelstelling en onderzoeksvraag.
  • Beschrijf hoe je het onderzoek uitgevoerd hebt: methode(n).
  • De belangrijkste resultaten van je onderzoek.
  • Presenteer de conclusie.
  • Belangrijke onderdelen van discussie als beperkingen onderzoeksopzet en suggesties / aanbevelingen voor vervolgonderzoek.
  • Samenvatting bevat titel en paginanummer “3” (֍).
  • Samenvatting bevat geen afkortingen.
  • Samenvatting is leesbaar bij geen voorkennis.

Samenvatting op Scribbr

Voorwoord

Opbouw

  • Motivatie onderwerpkeuze.
  • Doelgroep van het onderzoek.
  • Reflectie op leerdoelen en (onderzoeks)proces.
  • (Eventueel) dankwoord aan personen bij komen tot eindproduct.
  • Een voorwoord is persoonlijk; gebruik ik- of wij-vorm als schrijfstijl.
  • Schrijf het voorwoord na schrijven verslag.
  • Een voorwoord beslaat maximaal één pagina.

Inhoudsopgave

Opbouw

De automatisch gemaakte inhoudsopgave (֍) somt alle hoofdstukken en paragrafen van het verslag op gevolgd door het paginanummer.

  • De koppen samenvatting, voorwoord en inhoudsopgave maken geen deel uit van de inhoudsopgave.
  • Titels van hoofdstukken en paragrafen dekken de inhoud.
  • De inhoudsopgave beslaat maximaal twee pagina’s.

Inleiding

Opbouw

  • Aanleiding
  • Doel(en)
  • Achtergrondinformatie
  • Onderzoeksvraag
  • Hypothese
  • De inleiding bevat geen tussenkoppen.
  • Denk aan APA-bronvermelding (֍) (incl. afbeelding).
  • De hypothese wijzigt niet gedurende het onderzoek.
  • Bij een profielwerkstuk/scriptie maakt een onderzoeksplan deel uit van het verslag.

Tips voor een goede inleiding

Aanleiding

Wat is de aanleiding voor het onderzoeksverslag? Verwijs bijvoorbeeld naar de lesstof: “Op dit moment wordt in de les het onderwerp Voeding en vertering behandeld en in dit onderzoeksverslag … .” Of is het onderzoek deel van het profielwerkstuk?

Doelen

Met welk(e) doel(en) wordt dit onderzoek uitgevoerd?

Achtergrondinformatie

In de inleiding maak je gebruik van (externe) bronnen als onderbouwing. Als je bijvoorbeeld voor jouw onderzoek gebruikt maakt van indicatoren om voedingsstoffen aan te tonen; geef dan onder andere aan wat voedingsstoffen zijn en wat de functie is van een indicator.

Onderzoeksvraag

Een goede onderzoeksvraag:

  • is concreet. Niet: Wat is de invloed van een plantenhormoon op de groei bij een erwtenplant? Maar: Wat is de invloed van gibberelline op stengellengte bij een erwtenplant?
  • is een open vraag. Niet: Heeft de temperatuur invloed op de activiteit van krekels? Maar: Wat is de invloed op de activiteit van krekels? Vragen die beginnen met een werkwoord zijn gesloten vragen.
  • bevat één ‘variabele’ (gebruik geen ‘of’). Niet: Wat is de invloed van rood licht, blauw licht of groen licht op het kiemingspercentage van radijs? Maar: Wat is de invloed van de lichtkleur op het kiemingspercentage van radijs?
  • bevat geen bijzonderheden van de methode. Niet: Wat is de invloed van 0 °C, 20 °C, 40 °C en 60 °C op de werking van het enzym lactase? Maar: Wat is de invloed van de temperatuur op de werking van het enzym lactase?

Hypothese

  • Een hypothese bevat geen toelichting voor je verwachte uitkomst. Bij de onderzoeksvraag: In hoeverre hebben pissebedden voorkeur voor een vochtige omgeving? Niet: Pissebedden hebben een voorkeur voor een vochtige omgeving, omdat ze kieuwen hebben voor de ademhaling. Maar: Pissebedden hebben voorkeur voor een vochtige omgeving.
  • De eerdere achtergrondinformatie vormt de onderbouwing voor je hypothese.
  • Een goede hypothese is het (voorlopige) antwoord op de onderzoeksvraag, bevat één ‘variabele’ en is toetsbaar.
  • Een hulpmiddel om te checken of een hypothese toetsbaar is, is door gebruik te maken van een als … dan … redenering. Bijvoorbeeld: Als pissebedden een voorkeur hebben voor een vochtige omgeving dan zullen ze zich bij een keuzeproef het grootste deel van de tijd zich in een vochtige omgeving bevinden.

Onderzoeksplan

Een onderzoeksplan is de planning van de uit te voeren stappen bij wetenschappelijk onderzoek en is verplicht bij schrijven profielwerkstuk of scriptie. Een onderzoeksplan is onderdeel van de onderzoekscyclus.

De onderzoekscyclus. Meer toelichting bij de stappen van de cyclus.

Een onderzoeksplan bestaat uit vier onderdelen:

  • Inleiding
  • Theoretisch kader
  • Werkplan
  • Literatuurlijst

1 Inleiding

Bij het tabblad Inleiding is de opbouw van de inleiding beschreven. In dit onderdeel een verdieping op: 1) afbakening onderzoeksverslag en 2) opstellen hypothese.

Een onderzoeksvraag is vaak te groot om eenvoudig te kunnen beantwoorden. Om het onderzoek beter uit te kunnen voeren is het verstandig om de onderzoeksvraag op te splitsen in een aantal deelvragen. Door een antwoord op alle deelvragen te vinden (= theoretisch kader), wordt de onderzoeksvraag beantwoord. De (voorlopige) onderzoeksvraag “Welke rol spelen hormonen bij planten?” is bijvoorbeeld op te splitsen in de volgende deelvragen:

  • Wat zijn plantenhormonen?
  • Welke soorten plantenhormonen bestaan er?
  • Hoe beïnvloeden hormonen de groei en ontwikkeling van planten?
  • Hoe werken verschillende hormonen samen of tegen elkaar in?
  • Hoe wordt de productie van hormonen in de plant gereguleerd?

De definitieve onderzoeksvraag zou dan “Wat is de invloed van gibberelline op de stengellengte bij Pisum savitum?” kunnen zijn. Deze afgebakende onderzoeksvraag is helpend om te komen tot een kwalitatief goed wetenschappelijk werkplan. Hierbij wordt een hypothese opgesteld. Dit is de verwachte uitkomst van het onderzoek (en antwoord op de onderzoeksvraag). Een goede hypothese voldoet aan een aantal eisen:

  • Een hypothese is gebaseerd op eerdere kennis.
  • Een hypothese bevat een onafhankelijke variabele en een afhankelijke variabele.
  • Een hypothese moet te ontkrachten zijn.

2 Theoretisch kader

Doel: Het onderzoek verankeren in bestaande wetenschappelijke kennis en onderbouwen met bronnen waarom een hypothese logisch is.

In het theoretisch kader is een verdieping waarin je de natuurwetenschappelijke theorie bespreekt die nodig is om het onderzoek te begrijpen. Dit kan zijn: wetten en formules, concepten uit biologie, natuurkunde en/of scheikunde, relevante modellen, gegevens uit eerdere onderzoeken, etc. 

Bronnen zoeken

Voor het theoretisch kader heb je veel (wetenschappelijke) bronnen nodig. Informatie kun je vinden in (wetenschappelijke) artikelen, boeken en op internet. Voor online-informatie kun je met een zoekmachine (bijvoorbeeld Google) zoeken op specifieke, geschikte zoektermen. Zoek op kernbegrippen uit je onderwerp. Als je te weinig relevante informatie vindt, probeer dan Engelse zoektermen of synoniemen voor je zoekwoorden.

  • Wikipedia om in te lezen en/of je op weg te helpen (door bronvermeldingen bij artikelen). Gebruik Wikipedia niet als eerste bron.
  • Wetenschappelijke publicaties op Google Scholar.
  • Diverse manieren op Nationaal Kennisinstituut Onderwijs om (gratis) naar wetenschappelijke artikelen te zoeken.
  • Raadpleeg websites van hbo’s en universiteiten. Deze bieden vaak ook hulp bij het schrijven van een profielwerkstuk.

Als je voldoende bronnen gevonden hebt, selecteer je welke je echt kunt gebruiken. Wat kan je helpen je onderwerp af te bakenen of je onderzoeksvraag te beantwoorden? Controleer of je voor alle onderwerpen voldoende informatie hebt. Noteer je bronnen meteen zoals deze volgens de APA-regels (֍) in de literatuurlijst komen te staan.

Bronnen evalueren 

Het evalueren van bronnen is belangrijk om vast te stellen of de bron bruikbaar is om te gebruiken voor het PWS. Hieronder een aantal tips om je te helpen bij het zoeken en vinden van de juiste bronnen die je kunnen helpen bij het beantwoorden van je onderzoeksvraag en deelvragen.

Evalueren op relevantie 

De relevantie achterhaal je door deze vragen te stellen:

  • Draagt de bron bij aan het beantwoorden van de onderzoeksvraag of één van de deelvragen.
  • Over welk deel van de onderzoeksvraag of één van de deelvragen geeft de bron informatie?
  • Is de bron passend voor de context van jouw onderzoek?
  • Hoe actueel is de bron? Wanneer is het onderzoek uitgevoerd?

Je vindt zelden een bron vindt die je onderzoeksvraag en deelvragen allemaal geheel beantwoordt. Je gebruikt dus verschillende bronnen voor de onderdelen van het PWS.

Evalueren op betrouwbaarheid 

De betrouwbaarheid (wetenschappelijkheid) van bronnen is na te gaan door drie soorten controles:

  • Controle door anderen, voorafgaand aan de publicatie.
    • Redactie: redacties van wetenschappelijke tijdschriften zijn strenger dan die van niet- wetenschappelijke tijdschriften.
    • Uitgever: sommige uitgevers geven alleen wetenschappelijke boeken uit.
    • Peer review: sommige tijdschriften maar ook sommige boekuitgevers vragen deskundigen een (blind) oordeel voor publicatie.
    • Zoekmachine/online bibliografie: sommige zoekmachines nemen alleen artikelen uit hoogwaardige, peer reviewed, tijdschriften op als Scopus en Web of Science. Deze zitten wel achter een betaalmuur.
    • Financier: sommige tijdschriften vereisen dat bij onderzoek wordt aangeduid wie het gefinancierd heeft.

  • Controle door anderen, achteraf
    • Bespreking: zijn de recensies over het boek positief?
    • Citaten: wordt het artikel/stuk vaak geciteerd en wat wordt er dan over gezegd?

  • Controle door jezelf
    • Is de auteur vermeld en is tekst van recente datum (bij webpagina’s)?
    • Affiliatie auteur: aan welk instituut (zoals universiteit) is de auteur verbonden?
    • Wie is de doelgroep (vooral bij website en rapporten)?
    • Bevat bron expliciete vraagstellingen en conclusies?
    • Is er een verantwoording van de gebruikte methode? Hoe is het onderzoek uitgevoerd? Waar zijn de gegevens op gebaseerd?
    • Zijn er voldoende literatuurverwijzingen en zijn deze van hoge kwaliteit/betrouwbaar?
    • Wat is het niveau van taalgebruik en taalverzorging?

3 Werkplan

Om het onderzoek uit te voeren gebruik je experimenteel onderzoek. In het werkplan (zie ook tabblad Werkplan) verantwoord je de keuzes die je maakt met als doel het onderzoek reproduceerbaar te maken. Je beschrijft onderstaande onderdelen:

  • Lijst met gebruikte materialen (en apparaten).
  • Een concrete beschrijving volgens kookboekmethode van de methode (incl. meetinstellingen, variabelen, foto’s proefopstelling, …).
  • Uitleg hoe resultaten tot stand komen en hoe deze verwerkt worden.

Kwaliteitseisen 

Om ervoor te zorgen dat het onderzoek van zo hoog mogelijke kwaliteit is, moet het onderzoek voldoen aan de kwaliteitseisen. Belangrijke kwaliteitseisen zijn betrouwbaarheid, validiteit en representativiteit.

Betrouwbaarheid 

Een meetinstrument is betrouwbaar als er geen sprake is van meetfouten en de kans op toeval klein is. Als dezelfde meting (ongeveer) dezelfde resultaten oplevert bij herhaling dan is het onderzoek betrouwbaar. Hoe groter de overeenkomst tussen elke meting, hoe kleiner toevallige schommelingen die het meetinstrument beïnvloeden. Leg in het onderdeel ‘methode’ van het onderzoeksverslag uit hoe jij zorgt voor een zo betrouwbaar mogelijk onderzoek. 

Validiteit 

Validiteit betekent dat de onderzoeker meet wat hij wil meten. Validiteit van een meetinstrument geeft aan in hoeverre de meting van het beoogde verschijnsel geldig is. Een onderzoek is valide als je resultaten passen bij wat je te weten wilt komen. Dit lijkt heel vanzelfsprekend maar heel vaak zie je dat dit niet gebeurt. Meet je wat je wilt meten? Gebruik je het meest geschikte instrument of apparaat om je metingen uit te voeren? Als je bijvoorbeeld iemands lengte wilt meten dan doe je dat zeker niet met een balans, maar ook niet met een geodriehoek. Leg in het onderdeel ‘methode’ van het onderzoeksverslag uit hoe jij zorgt voor een zo valide mogelijk onderzoek. 

Representativiteit

Bij een representatief onderzoek is de steekproef een exacte afspiegeling van de totale doelgroep (populatie). Hierdoor zijn de resultaten betrouwbaar en generaliseerbaar voor de hele groep. De belangrijkste voorwaarden voor een representatieve steekproef zijn:

  • Willekeurige selectie: Iedereen binnen de doelgroep heeft een gelijke kans om geselecteerd te worden (aselecte steekproef).
  • Juiste verhoudingen: Kenmerken zoals leeftijd, geslacht, opleidingsniveau en inkomen komen in dezelfde mate terug als in de totale populatie.
  • Voldoende omvang: Het aantal respondenten moet groot genoeg zijn om statistisch betrouwbare uitspraken te kunnen doen.

Meer uitleg en voorbeelden om de kwaliteit van een onderzoek te beoordelen.

Data verzamelen & analyseren

Maak een stappenplan voor het verzamelen en analyseren van de data. Let op dat je zorgvuldig omgaat met de data die je hebt verzameld. Verwerk elke meting die je doet. Ga gestructureerd te werk met de data die je verzamelt. Verwerk metingen bijvoorbeeld elke keer op dezelfde manier als je een experiment doet. Vraag je begeleider om tips. 

Zorg ervoor dat je goed bijhoudt wat je doet en waar je eventueel tegenaan loopt. Dit verwerk je in een proceslogboek. Hierin verantwoord je de keuzes die je hebt gemaakt voor en tijdens het onderzoek en vormt mede een verantwoording van het uitvoeren van het onderzoek.

Poster herken slechte wetenschap
Bron: Zo herken je slechte wetenschap

3 Literatuurlijst

Een literatuurlijst maakt onderdeel uit van je onderzoeksplan. Deze is opgesteld volgens APA-regels (֍).

Werkplan

Opbouw

  • Materiaal: een opsomming van benodigde materialen.
  • Methode: beschrijving van de onderzoeksopzet volgens kookboekmethode.
  • Verkrijgen resultaten: op welke manier meet je de resultaten van het experiment.

  • Bij opsommingslijst materiaal vermeld je niet: onderzoeker(s), schrijfmateriaal en computer.
  • Bij de methode gaat het om een beschrijving hoe je het allemaal gepland had. Houd rekening met de wet van de grote getallen, één variabele en controlegroep of blancoproef. Bij een blancoproef voer je hetzelfde experiment uit waarbij de onderzochte invloed afwezig is.
  • De methode is geen dagboek. Niet: Toen heeft Marietje in het biologielokaal 10 ml zoutoplossing gepipetteerd.
  • Geef bij de methode de proefopstelling met foto’s weer.
  • Het werkplan is zo concreet dat anderen in staat zijn het onderzoek opnieuw uit te voeren / te controleren.
  • Een werkplan bevat geen resultaten.
  • De resultaten meetbaar zijn: uit te drukken in getallen.
  • Het experiment meerdere keren uitvoeren verhoogt de betrouwbaarheid.
  • Geef bij verkrijgen resultaten aan welke typen grafiek(en) gebruikt worden en welke groot- en eenheid op welke as staat. Bijvoorbeeld: De gegevens worden verwerkt in een staafdiagram met op de x-as het type bos en op de y-as het gemiddeld aantal paddenstoelsoorten per onderzoeksvlak.

Resultaten

Afbeelding x
Voorbeeld Excel grafiek
  • Bij de resultaten worden de onderzoekgegevens (indien mogelijk) in een grafiek weergegeven.
  • De resultaten worden kort besproken zonder dat er conclusies getrokken worden en/of discussie gevoerd wordt.
  • Denk bij een grafiek aan titel, asgebruik, benoemen van assen (met eenheden) en legenda.
  • Stop ruwe data en andere relevante gegevens in de bijlage(n).

Conclusie

Opbouw

  • Herhalen van de onderzoeksvraag
  • Reflectie op de resultaten
  • Conclusie: antwoord op de onderzoeksvraag.
  • In de conclusie staat de onderzoeksvraag centraal.
  • Geef geen toelichting op de resultaten en/of voer geen discussie.

;

Discussie

Een discussie bevat in ieder geval de volgende onderdelen:

  • Verwijzing naar hypothese. Bevestig of verwerp de hypothese.
  • De onderzoeksopzet en verkregen resultaten worden kritisch tegen het licht gehouden. Is de proef valide en betrouwbaar? Wat is de invloed van de meetfouten geweest? Etc.
  • De gevonden resultaten worden vergeleken met gegevens uit andere bronnen.
  • Stel een nieuwe hypothese op (als deze verworpen is).
  • Doe aanbevelingen/suggesties voor vervolgonderzoek.
  • In de discussie staan de hypothese en het werkplan centraal.
  • De discussie vormt samen met de inleiding een belangrijk deel van het onderzoeksverslag.
  • Maak van de discussie een goed lopend en geordend verhaal.
  • Denk aan bronvermelding.

Literatuurlijst

  • Een literatuurlijst kent een vaste opbouw. Binnen de onderdelen staat alles op alfabetische volgorde.
  • Ontbreekt de naam van de auteur(s) begin dan met de titel. Bij internetsites kun je in plaats van auteur(s) de organisatie vermelden.
  • Denk aan bronvermelding bij media als afbeeldingen.

APA-bronvermelding

Als je binnen het onderzoeksverslag naar een bron verwijst en/of letterlijk teksten citeert maak je gebruik van APA.

APA literatuurlijst onderzoeksverslag

Bron: Merkus, J. (2024, 17 januari). APA-stijl opmaak van de literatuurlijst | Voorbeeld & Uitleg.  Scribbr. Geraadpleegd op 5 mei 2026, van https://www.scribbr.nl/apa-stijl/literatuurlijst/

Bijlagen

  • Voorbeelden van bijlagen zijn: informatie proefpersonen, begrippenlijst, enquêtevragen, tabellen, verantwoording afbeeldingen … .
  • Nummer elke bijlagen en geef deze een korte informatieve titel.
  • Voor elke bijlage moet in de tekst een verwijzing staan (bijv. zie bijlage 3).
  • Laat de paginanummering van het onderzoeksverslag doorlopen in de bijlagen. Begin daarom elke bijlage op een aparte pagina.
  • Een inhoudsoverzicht voor de bijlagen (in een andere kleur of papierdikte) maakt snel duidelijk waar het onderzoeksverslag eindigt en de bijlagen beginnen.

Bijlagen als onderdeel van inhoudsopgave
Bijlagen als onderdeel van inhoudsopgave

Proceslogboek

Afbeelding x
Voorbeeld proceslogboek

  • Van ELKE onderzoeker is er een eigen logboek.
  • Studielastuur (SLU) is één klokuur (60 minuten).
  • Vermeld het totale SLU.
  • Noteer bij opmerkingen: afspraken, problemen, oplossingen, bijzonderheden, afwegingen, … .
  • Gebruik proceslogboek als hulpmiddel bij schrijven onderzoeksverslag, voor (zelf)reflectie, voor inzicht in doorlopen proces en gemaakte keuzes, … .
  • Proceslogboek is een bijlage.
AI gebruik
APA-bronvermelding
Correct Nederlands taalgebruik
Grafieken maken in Excel
Hulp en educatie voor Excel
Hulp en educatie voor Word
Inhoudsopgave invoegen in Word
Paginanummering in Word
Stijlen maken of aanpassen in Word
Werken met secties in Word

Bronnen

  • BVJ: biologie voor jou. Biologie voor de bovenbouw havo/vwo [release 7.0]. (2023).
  • Meten en onzekerheid/Onderzoeksproces – Wikibooks. (z.d.). https://nl.wikibooks.org/wiki/Meten_en_onzekerheid/Onderzoeksproces
  • Profielwerkstuk. (2022, 6 december). Onderzoekscyclus. Profielwerkstuk -. https://www.profielwerkstuk.nl/how-to/onderzoekscyclus/
  • Profielwerkstuk. (2025, 29 augustus). Rijksuniversiteit Groningen. https://www.rug.nl/society-business/scholierenacademie/scholieren/pws-hulp/
  • PWS schrijven. (z.d.). Search. https://www.universiteitleiden.nl/loket-profielwerkstukken/aanbod/pws-schrijven
  • Scribbr. (z.d.-a). Een introductie tot onderzoeksmethoden | Wij helpen je kiezen. https://www.scribbr.nl/category/onderzoeksmethoden/
  • Scribbr. (z.d.-b). Structuur van een scriptie | Duidelijke Voorbeelden & Template. https://www.scribbr.nl/category/scriptie-structuur/

Deel deze pagina