Het heliocentrisch model van Copernicus

heliocentrisch

De zon staat onbeweeglijk in het centrum van het heelal. Van dit model zijn vele varianten geweest in de loop van de geschiedenis. Er waren Griekse denkers die voor de tijd van Ptolemaeus dit model al aanhingen. We beschrijven hier het model van Nicolaus Copernicus (1473–1543). Hij was in de West-Europese geschiedenis de eerste die dit model weer uitwerkte. Het model beschrijft nauwkeurig alle waarneembare hemelverschijnselen. Met alle erbij behorende berekeningen is het in zijn beroemde boek De Reolutionibus gepubliceerd. Het is pas in zijn sterfjaar uitgekomen.

 

Zeven elementen van het model van Copernicus

  1. De zon staat in het midden stil.

  2. De aarde en alle planeten draaien in cirkelbanen om de zon heen.

  3. De sterrenhemel staat onbeweeglijk op veel grotere afstand van de zon dan alle planeten.

  4. Dat wij de zon, maan, planeten en sterren dagelijks op zien komen en ondergaan, verklaren we doordat de aarde in 24 uur om zijn as draait.

  5. De maan draait in 29,5 dag om de aarde.

  6. De planeten en de aarde hebben een verschillende omloopstijd om de zon. De omlooptijden worden zo gekozen dat ze de loop van de planeten aan de hemel verklaren.

  7. Het verschil in de banen van enerzijds Mercurius en Venus, anderzijds Mars, Jupiter en Saturnus, kunnen we verklaren door aan te nemen dat Mercurius en Venus dichter bij de zon staan dan de aarde (we noemen ze daarom de binnenplaneten), de andere staan verder van de zon dan de aarde (de buitenplaneten).

 

Met deze cirkels kunnen alle bewegingen aan de hemel tot op ééntiende graad nauwkeurig beschreven worden. Het model voldoet dus heel goed.