Oefenschoolexamens VWO

    H1 Ziek en gezond (Solar)

    Een vaccin tegen reuma

    In Nederland lijdt twee procent van de bevolking aan de een of andere vorm van reuma. Veel artsen gaan ervan uit dat reuma een auto-immuunziekte is; een ziekte die ontstaat door een fout in het immuunsysteem. Bij reuma herkent het immuunsysteem een bepaald eiwit uit het gewrichtskapsel niet meer als lichaamseigen en zet de aanval in op dat eiwit. Het gevolg is dat de gewrichtsbekleding wordt afgestoten en er een ontstekingsreactie optreedt. Onderzoekers proberen een remedie te vinden tegen deze ziekte door in te grijpen in het immuunsysteem. Bij dit onderzoek gebruiken ze ratten met reuma als proefdieren. Bepaalde witte bloedcellen, die antistoffen vormen in de rat, worden buiten het lichaam bewerkt met de bedoeling dat ze het gewrichtseiwit weer als lichaamseigen herkennen. Vervolgens worden deze bewerkte, witte bloedcellen als vaccin teruggebracht in de ratten. De reumaverschijnselen bij de ratten verminderen als gevolg daarvan. Of dit ook bij mensen zo werkt, moet nog worden afgewacht.

  1. Hoe weet je lichaam of het gaat om een lichaamseigen cel, of een lichaamsvreemde substantie?

  2. Een farmaceutisch bedrijf wil van bovenstaand onderzoek gebruiken om een nieuw medicijn te ontwikkelen.

  3. Gebruik de natuurwetenschappelijke methode om aan te geven hoe onderzoekers een nieuw medicijn kunnen ontwikkelen tegen reuma. Betrek in je antwoord ook de werkwijze van dubbelblind onderzoek.
  4. De term vaccin die de onderzoekers gebruiken voor de bewerkte witte bloedcellen is niet in overeenstemming met met de normale betekenis van het begrip vaccin. Leg uit waarom niet.

  5. Kip, ik heb je

    Kippen zijn vaak besmet met verschillende bacteriesoorten. Hetzelfde geldt voor varkens- en rundvlees.

  6. Toch worden wij (meestal) niet ziek van het eten van vlees. Leg uit hoe dat komt.

  7. Griepspuit

    In een verzorgingstehuis krijgen de bewoners een griepspuit om te voorkomen dat ze griep krijgen.

  8. Is de griepspuit een vorm van actieve of van passieve immunisatie. Geef een verklaring voor je antwoord.
  9. Geef twee argumenten waarom de bewoners elk jaar een nieuwe griepspuit moeten hebben.

  10. Rondom homeostase

  11. Kun je de werking van de centrale verwarming vergelijken met het proces homeostase? Licht toe.
  12. Een mens verbruikt in rusttoestand bij 20 oC 1300 – 1800 kcal per etmaal aan energie. Een alligator maar 60 kcal. Geef hiervoor een verklaring.
  13. H2 Biosfeer in beweging en H3 Blik op oneindig (Solar)

    Wil je oefenen voor het SE voor toetsweek 2. Maak dan de opdrachten bij de onderdelen van module 2.

    H4 Ontwerpen en produceren en H6 Evolutie (Solar)

    Zonnebrandcrème

    Tegenwoordig neemt iedereen op vakantie zonnebrandcrème met een beschermingsfactor mee.

  14. Noem twee factoren die de ontwikkeling van zonnebrandcrèmes hebben gestimuleerd.

  15. Grootschalige productie

  16. Formuleer een tweetal eisen waaraan een grootschalig proces moet voldoen.
  17. Waarom hoeft automatisering niet tot het verlies van arbeidsplaatsen te leiden?

  18. Wanneer er plannen zijn voor het bouwen van een fabriek in plaats X, dan zijn er in de directe omgeving vrijwel altijd voor- en tegenstanders.

  19. In de argumentatie speelt het begrip Not in my backyard mee. Leg dit uit.

  20. Een nieuw medicijn

    Bij de zoektocht naar een nieuw medicijn wordt om uiteenlopende redenen onderzoek uitgevoerd. Voor dat onderzoek is personeel, apparatuur en (dus) geld nodig.

  21. Noem twee factoren die een volkomen onafhankelijk onderzoek in de weg kunnen staan.

  22. Rondom evolutie

  23. Waarom is het beter om 'Survival of the fittest' te vertalen als 'Het overleven van de best aangepaste' in plaats van 'Het overleven van de sterkste'?
  24. Waarom is isolatie noodzakelijk voor het ontstaan van nieuwe soorten?
  25. Waarom is het resistent worden van bacteriën een bewijs voor de evolutie?
  26. Waarom was het ontbreken van een ozonlaag vroeger belangrijk voor het ontstaan van leven en is nu de aantasting van die laag gevaarlijk voor levende wezens?

  27. In diepere lagen vindt men fossielen van eenvoudiger organismen. Hogere dieren als zoogdieren en reptielen vindt men alleen in de minder diepe lagen van de aardkorst.

  28. Waarom was dit feit in strijd met de opvattingen over het ontstaan van soorten in de 18 de eeuw?
  29. H5 De menselijke blauwdruk en H7 Zorg voor de toekomst (Solar)

    DNA

  30. Waarom wordt DNA ook wel de blauwdruk van het leven genoemd?

  31. DNA bestaat uit twee strengen, mRNA wordt gevormd door middel van base-paring met een deel van één van deze strengen. In dat geval heet dit deel van het DNA de template streng. Het tegenoverliggende (complementaire) deel van de streng wordt de coderende streng genoemd.

    Een bepaald eiwit bevat onder andere de aminozuren valine en methionine. Met behulp van een codontabel zijn alle codes (tripletten) af te leiden die in de coderende streng van DNA voor het aminozuur valine mogelijk zijn.

  32. Noem al die codes.

  33. Door een mutatie wordt de middelste base in het triplet dat in het RNA het aminozuur methionine codeert, vervangen door één van de andere basen die in het RNA voorkomen.

  34. Voor welk aminozuur, of voor welke aminozuren kan het triplet dat zo ontstaat, coderen?

  35. Analyse van het DNA van een bepaald virus levert de volgende gegevens tot de basensamenstelling: cytosine (19%), adenine (25%), thymine (33%) en guanine (23%). Vergelijk deze gegevens met die van de bouw van het DNA van de mens.

  36. Leg uit dat je met behulp van deze gegevens kunt concluderen welk verschil bestaat tussen de bouw van het DNA van een virus en dat van de mens. Vermeld het verschil.

  37. Virussen bezitten DNA maar worden niet als levende organismen beschouwd. Leg uit waarom.

  38. Aardgas

    Aardgas is ontstaan uit resten van gestorven organismen. Toch wordt aardgas niet gerekend tot de vernieuwbare hulpbronnen.

  39. Geef een verklaring hiervoor.

  40. Duurzame ontwikkeling

    Duurzame ontwikkeling: hulpbronnen en technologische ontwikkelingen passen bij de behoeften van de huidige én toekomstige generatie.

  41. Leg uit hoe het bevorderen van biomassa in conflict kan komen met de doelstelling van duurzame ontwikkeling.

  42. Fout hout

    In de afgelopen eeuwen is veel hout verbrand in de ontwikkelingslanden.

  43. Waarom is dit geen groene energie?

  44. Sinaasappelsap

    Een onderzoeksinstituut uit Wuppertal heeft becijferd dat voor de productie van 1 kg sinaasappelsap bijna 23 keer zoveel massa (=input) nodig is aan water, brandstof, etc. De massa die niet in het uiteindelijke product is opgenomen heet de rucksack.

  45. Verklaar de naam rucksack.

  46. Water

  47. Noem drie manieren waarop de overheid een toekomstig (drink)watertekort in Nederland kan voorkomen.