In ons Melkwegstelsel, tussen de sterren, bevinden zich zeer ijle gaswolken: interstellair gas. Volgens de zwaartekracht van Newton trekt elk gasdeeltje in zo’n wolk
de andere deeltjes in haar omgeving aan. Daardoor trekt een deel van de gaswolk samen tot een gasbol. Doordat de deeltjes van die gasbol steeds dichter bij elkaar komen,
gaat haar temperatuur stijgen. Als de temperatuur in het centrum de 10 miljoen graden overschrijdt, ontstaan daar kernreacties (kernfusie). Waterstofdeeltjes worden
opgevormd tot heliumdeeltjes. De hierbij geproduceerde energie belet bovendien dat de gasbol verder inkrimpt; een nieuwe ster is geboren. In de zon zal deze omzetting
van waterstof zo’n 10 miljard jaar doorgaan. Aangezien onze zon ongeveer 4,5 miljard jaar oud is, zal ze nog 5,5 miljard jaar in deze toestand blijven. Gedurende de hele
periode van waterstofomzetting in de kern, is de ster vrij stabiel; haar afmetingen, temperatuur en helderheid variëren nauwelijks.
Op een gegeven moment raakt de
waterstofvoorraad in de kern echter uitgeput. De kernreacties zetten zich dan voort in een schil rondom de kern, waar nog voldoende waterstof voorhanden is. Hierdoor
gaan de buitenlagen van de ster opzwellen; de ster wordt een rode reus. Ondertussen stijgt de temperatuur in de kern verder tot een waarde van ongeveer 100 miljoen
graden. Hierbij ontstaan nieuwe kernreacties waarbij helium wordt omgezet in koolstof. Er volgt dan een zeer onstabiele toestand, waarbij de ster periodiek uitzet en weer
inkrimpt. Tot slot worden de buitenlagen van de ster weggeblazen. Deze vormen een zogenaamde planetaire nevel. Deze hele evolutie vergt typisch enkele honderden
miljoenen jaren. Wat van de ster overblijft (de kern dus) heeft ondertussen een enorme dichtheid bereikt. Alhoewel deze kern nog steeds een behoorlijk deel van de totale
massa van de oorspronkelijke ster bevat, is zij zo sterk samengetrokken dat zij vaak kleiner dan de aarde is geworden. Een dergelijk sterrenrestant noemen we een witte
dwerg. Zo’n witte dwerg dooft dan langzaam uit; het duurt nog een goede 10 miljard jaar alvorens het sterrenrestant zo koel geworden is dat we het niet meer kunnen
waarnemen. |
|
 Sterren kunnen worden ondergebracht in een zogenoemde ‘Hertzsprung-Russeldiagram’.
Op de verticale as wordt de lichtkracht (vergeleken met die van de zon) uitgezet, en op de horizontale as de oppervlaktetemperatuur of het spectraaltype. De meeste sterren
bevinden zich op de ‘hoodreeks’ (main sequence). In dat stadium zetten ze in hun kern waterstof om tot helium. Lichte sterren zoals de zon evolueren tot rode reuzen en doven
vervolgens uit als witte dwergen. Meer massieve sterren evouleren tot superreuzen en exploderen aan het einde van hun leven als supernova. Klik op de afbeelding voor een
grotere versie.
|