Het versterkte broeikaseffect

    Als de broeikasgassen afwezig zouden zijn, dan zou de temperatuur aan het aardoppervlak gemiddeld -18 °C bedragen (nu: +15 °C). Van dit temperatuurverschil van 33 °C komt 62% voor rekening van waterdamp, 22% door kooldioxide (CO2). De overige gassen met broeikaswerking zijn lachgas of stikstofdioxide (N2O), methaan (CH4), ozon (O3), voor zover dit laatste gas zich bij het aardoppervlak bevindt, en de volledig gehalogeneerde CFK’s. Met uitzondering van waterdamp beïnvloedt de mens de concentratie van de broeikasgassen in de atmosfeer.

    Door menselijk toedoen is de concentratie van een aantal broeikasgassen toegenomen. De verbranding van steenkool vanaf de industriële revolutie zorgde voor een grote koolstofdioxide-uitstoot van de fossiele brandstoffen in de atmosfeer. De intensieve veeteelt en het verbouwen van rijst zorgde voor extra methaan in de atmosfeer. Volgens sommige wetenschappers zijn er ook nieuwe broeikasgassen bijgekomen, zoals Cfk’s in brandblussers en koelvloeistof.

    Taak

  1. Maak een cirkeldiagram van de broeikasgassen van het tijdperk 1980-1990 waarin duidelijk wordt welke gassen in welke mate bijdragen aan het opwarmen van de aarde.
  2. Hoe valt onweerlegbaar vast te stellen uit bovenstaande grafiek dat het aandeel in de verwarming voor een groot deel toe te schrijven is aan menselijke invloeden en niet aan natuurlijke klimaatveranderingen?
  3. Waarom is het broeikaseffect erger voor een land als Bangladesh dan voor Nederland?

  4. Gevolgen opwarming aarde

    Ozon wordt afgebroken

    In de stratosfeer, op zo’n 15 km boven de Aarde, bevindt zich een kringloop met zuurstof (O2) en ozon (O3). Een gevolg is dat een deel van de UV-straling door het ozon in de stratosfeer uitgefilterd wordt. Gelukkig maar, want te sterke UV-straling beschadigt het DNA van alle organismen op aarde.

    Er zijn twee stoffen die het ozon in de stratosfeer afbreken:

    • Stikstofoxides (bijvoorbeeld NO), afkomstig vanaf het aardoppervlak en uit de uitlaatgassen van vliegtuigen;
    • Chloorverbindingen die uit CFK’s ontstaan. CFK’s komen van oudsher voor in spuitgassen en in koelkasten en diepvriezers.

    Stikstofoxiden en chloorverbindingen zijn stoffen die functioneren als een katalysator bij de afbraak van ozon. Eén deeltje stikstofoxide of chlooroxide kan duizend tot honderdduizend deeltjes ozon aan de kringloop van ozon en zuurstof in de stratosfeer onttrekken.


    Gat in de ozonlaag

    De enige rem op het afbreken van ozon is dat stikstofoxiden en chloorverbindingen elkaar ontmoeten en onschadelijk maken. In de koude poolwinter boven Antarctica vriest NO aan ijskristallen vast. De andere maffiafamilie krijgt vrij spel in de afbraak van ozon. Er ontstaat een gat in de ozonlaag.

    Taak

  5. Welk gas is de link tussen het versterkte broeikaseffect en het gat in de ozonlaag?
  6. Waarom neemt het aantal patiënten met huidkanker wereldwijd sterk toe?
  7. Leg uit dat het gat in de ozonlaag een bedreiging vormt voor de voedselketens in de zuidelijke wateren.