Het watergehalte van een grondsoort

Waarneming

Een loofbos biedt een heel andere aanblik dan een naaldbos. Je kunt hierbij bijvoorbeeld denken aan de begroeiing. In een loofbos tref je immers veel meer onderbegroeiing aan dan in een naaldbos. Het verschil is ook duidelijk te zien in de strooisellaag. Onder naaldbomen zie je immers een dik pak naalden en onder loofbomen vaak maar een dunne laag bladeren.


Doel

Het uitzoeken van het watergehalte van een grondmonster. Het watergehalte is belangrijk voor de plantengroei. Humusrijke gronden en gronden met een fijne textuur hebben een hoog watergehalte.

Onderzoeksvraag

Wordt de begroeiing in een gebied bepaald door bodemeigenschappen, of bepaalt de plantengroei de bodemeigenschappen, of is er een wisselwerking? Bepaalt de begroeiing -bij gelijke grondsoort- het watergehalte van de bovenste bodemlaag?



Materiaal

Methode

Reflectievragen

  1. Veronderstel dat niet al het water verdampt is. Is het gevonden vochtgehalte dan hoger of lager dan het werkelijke vochtgehalte?

  2. Hoe zou een boer het watervasthoudend vermogen van de grond kunnen verbeteren?

  3. Terwijl je roert zie je uit het bakje een reukloze damp komen. Wat is dit voor een damp?

  4. De damp wordt blauwig van kleur en je ruikt iets. Wat is aan het verbranden?