Soortelijke warmte van een bodemmonster

Doel

Nagaan welke invloed het vochtgehalte van de grond heeft op de soortelijke warmte1). Je kunt je voorstellen dat een kleigrond meer water kan vasthouden dan een zandgrond. na een lange, natte winter is er nogal wat verschil te constateren in het ontkiemen van zaden op klei en op zand. Waar ligt dit verschil in tijdstip van ontkiemen aan?

Materiaal

Methode

Reflectievragen

  1. Verklaar de waargenomen verschillen.

  2. Waarom moet de grond geroerd worden bij deze bepaling van de soortelijke warmte?


1) De soortelijke warmte is een grootheid die de hoeveelheid warmte Q beschrijft die nodig is om de temperatuur van een eenheidsmaat massa met een temperatuursinterval te verhogen. De soortelijke warmte kan uitgedrukt worden in J kg-1 K-1 en is dan de benodigde hoeveelheid warmte-energie (in J) om één kg stof één graad in temperatuur te doen stijgen.