PRACTICUM | Kieuwen van een vis

Inleiding

Kieuwen stellen vissen in staat om zuurstof uit het water te halen en koolstofdioxide aan het water af te geven (= gaswisseling). In dit practicum ga je de kieuwen bekijken en tekenen om op deze manier inzicht te krijgen hoe gaswisseling bij vissen in zijn werk gaat.

Materiaal

Methode

Opdrachten

  1. Leg met behulp van de wet van Fick uit op welke drie manieren de diffusiesnelheid van zuurstof in de kieuwen gunstig wordt beïnvloed.
  2. Haaien hebben geen kieuwdeksels. Leg uit waarom een haai nooit stil hangt in het water.
  3. Leg uit of de bek van de haai meestal open of dicht is.
  4. Lucht bevat een groter percentage zuurstof dan water. Hoe komt het dat een snoek toch niet op het droge kan leven?

Vissen maken in hun kieuwen gebruik van het tegenstroomprincipe. Het effect van het tegenstroomprincipe kun je nagaan door twee modellen met elkaar te vergelijken. In model 1 stroomt het bloed in het bloedvat dezelfde richting als het water. In model 2 in tegengestelde richting. Het zuurstofgehalte is op enkele plaatsen in percentages weergegeven.


zuurstofrijk water à

12

11

10

         

zuurstofarm water à


zuurstofarm bloed à

4

5

6

         

zuurstofrijk bloed à


Model 1 Meestroomprincipe



zuurstofrijk water à

12

11

10

         

zuurstofarm water à


ß zuurstofrijk bloed

         

6

5

4

ß zuurstofarm bloed


Model 2 Tegenstroomprincipe



  1. Vul op de opengebleven plaatsen het zuurstofgehalte in van het water en van het bloed.
  2. Geef met pijltjes aan waar nettodiffusie van zuurstof plaatsvindt.
  3. Vergelijk beide modellen en trek daaruit een conclusie.


Links