Het percentage organisch materiaal van een grondmonster

Waarneming

Een loofbos biedt een heel andere aanblik dan een naaldbos. Je kunt hierbij bijvoorbeeld denken aan de begroeiing. In een loofbos tref je immers veel meer onderbegroeiing aan dan in een naaldbos. Het verschil is ook duidelijk te zien in de strooisellaag. Onder naaldbomen zie je immers een dik pak naalden en onder loofbomen vaak maar een dunne laag bladeren.

Doel

kieming

Organisch materiaal kunnen wij verbranden. Wat overblijft is een beetje as en de deeltjes van de diverse gronsoorten. Hoe hoger het percentage organisch materiaal des te groter is het watervasthoudend vermogen van de bodem. Een hoog humusgehalte betekent ook een groot adsorptiecomplex (humus heeft de eigenschap om water en voedingsstoffen vast te houden en weer af te geven aan de plantenwortels), wat gunstig is voor de vruchtbaarheid.

Onderzoeksvraag

Wordt de begroeiing in een gebied bepaald door bodemeigenschappen, of bepaalt de plantengroei de bodemeigenschappen, of is er een wisselwerking? Bepaalt de begroeiing -bij gelijke grondsoort- het percentage organisch materiaal van de bovenste bodemlaag?

Materiaal

Methode

Reflectievragen

  1. Verklaar de kleurverandering van je grondmonster.

  2. Wat rook je?

  3. Veronderstel dat je wat van het monster tussen je vingertoppen neemt. Je vingertoppen worden wat zwart. Is het organisch materiaal dan wel verbrand?

Opmerking

Een grondmonster neem je door eerst de bovenste begroeiing te verwijderen. Dan druk je een jampot met de opening naar beneden in de grond net zo diep totdat het potje vol zit.