Inhoudsopgave| Cel van een boterbloem Lengtedoorsnede Schematische tekening Vergroting: 400x (Kleurstof: n.v.t.) John Doe, C3a ![]() |

Onderdelen van de microscoop 1: tubus, 2: revolver, 3: objectief, 4: klemmen, 5: diafragma, 6: lamp, 7: oculair, 8: statief, 9: tafel, 10: grote en kleine (verstel)schroef en 11: voet. |

1. Inleiding |
In de inleiding is vaak een stukje achtergrondinformatie te vinden. De inleiding bevat in ieder geval het doel van het practicum en verder de onderzoeksvraag. |
2. Hypothese |
Het is van groot belang om voor het practicum je af te vragen wat de uitkomsten van het practicum kunnen zijn. Je formuleert een hypothese als volgt: als ... dan ... , omdat ... . |
3. Materiaal & methode |
Hierin geef je weer welke materialen je nodig hebt voor het practicum. Verder schrijf je onder dit kopje in het kort op hoe je iets gaat onderzoeken. |
4. Resultaten |
Onder dit kopje noteer je alle waarnemingen. Vaak moet je waarnemingen in een grafiek zetten om een goed overzicht te krijgen. |
5. Conclusie |
Onder dit kopje geef je weer of je hypothese wel, niet of gedeeltelijk klopte. Verwijs ook naar je hypothese en resultaten. |
6. Discussie |
In de discussie probeer je verklaringen geven voor een niet correcte hypothese. Ook kun je opvallende waarnemingen tijdens het practicum vermelden en proberen te verklaren. Wanneer je door het practicum nieuwe vragen hebt bedacht, of een ander practicum bedacht hebt, kun je dit hier ook noteren. |


1. Overzicht krijgen | ||
Lees de tekst een keer door en let daarbij op: |
||
De titel | ||
De kernwoorden / kernzinnen |
Waar gaat het over? Weet ik hier al iets van? Herken ik het? | |
Moeilijke woorden |
Zoek de betekenis op. | |
Verwijzingen in de tekst naar afbeeldingen |
Zoek de afbeelding en bekijk deze. | |
2. Begrijpend lezen | ||
Lees de tekst door en houd papier en pen bij de hand. |
||
Noteer de kernwoorden (-zinnen) als aantekening naast elkaar op papier: bijv. | ||
Probeer de betekenis van de kernwoorden (-zinnen) te begrijpen en vraag je af waarom deze in de tekst behandeld worden. |
Vergelijk jouw kernwoorden met de begrippen die in de samenvatting genoemd worden. Bekijk hoe deze geordend zijn en vraag je af waarom op deze manier. | |
Vraag je af op welke manier het begrip in de tekst aan de orde komt: |
Voorbeelden: | |
3. Opdrachten maken | ||
Je kunt nu het beste de opdrachten maken die in je boek staan. Antwoord zoveel mogelijk in hele zinnen. |
De meeste opdrachten in het boek zijn bedoeld om je te helpen de tekst te bestuderen en je tot nadenken te zetten. De antwoorden zijn dan ook
in de tekst terug te vinden. | |
Als je klaar bent met de opdrachten uit het boek heb je jezelf nog niet voldoende verdiept in alle onderdelen van de tekst. | ||
4. Inzicht krijgen | ||
Maak eigen vragen over de tekst. Zet deze als aantekening in je schrift. Geschikte vragen beginnen vaak met: Waarom ...? Hoe komt dat ...? Wat is het verschil tussen ...? Etc. |
Voorbeelden: | |
Maak een schema met de kernwoorden. Zet deze als aantekening in je schrift. |
||

