De energie die vrijkomt bij de dissimilatie wordt vastgelegd in ATP (fosforylering).
ADP + Pi + E → ATP
De energie kan weer vrijkomen door de afsplitsing van de derde fosfaatgroep. Deze energie wordt gebruikt voor allerlei levensprocessen, bijvoorbeeld:
assimilatie, beweging, actief transport, etc.
Energierijke elektronen die vrijkomen, worden gebonden aan NAD (NADP bij de fotosynthese of FAD).
4 e- + 2 NAD+ + 2 H+ → 2 NADH
We noemen NAD een elektronenacceptor of waterstofacceptor. NAD noemen we geoxideerd, NADH noemen we gereduceerd.
Dissimilatie van glucose
Anaëroob (gisting)
Alcoholische gisting: C6H12O6 + 2 ADP + 2 Pi → 2 C2H6O + 2 CO2 + 2 ATP
Melkzuurgisting: C6H12O6 + 2 ADP + 2 Pi → 2 C3H6O3 + 2 ATP
Aëroob (verbranding)
C6H12O6 + 6 CO2 + 6 H2O + 38 ADP + 38 Pi → 6 CO2 + 12 H2O + 38 ATP (brutoreactie)
De aërobe dissimilatie van glucose bestaat uit drie stappen:
Glycolyse (in cytoplasma)
De afbraak van één C6 molecuul in twee C3 moleculen. Er ontstaat ATP en NADH2
Citroenzuurcyclus (in mitochondriën)
Decarboxylering vindt plaats. Er ontstaat NADH2, FADH2 en GTP. Er ontstaan CO2-moleculen.
Oxidatieve fosforylering (ook wel ademhalingsketen)
De energierijke elektronen van NADH2, FADH2 en GTP worden via verschillende electronenacceptoren doorgegeven. De energie die
hierbij vrijkomt, wordt vastgelegd in ATP.
Eén glucosemolecuul bevat 2830 kJ aan energie. Hiervan komt 2/3 vrij in de vorm van warmte en 1/3 wordt vastgelegd in 38 ATP moleculen.