Uitwerkingen oefenschoolexamens ANW voor het vwo

    H1 Ziek en gezond (Solar)

  1. Alle lichaamscellen hebben een dezelfde (persoonsgebonden) receptor/marker op het celmembraan. Deze geeft aan dat het om een lichaamseigen cel gaat. Lichaamsvreemde cellen bevatten ook een receptor/antigeen. Deze heeft een ander uiterlijk dan een marker en wordt door het lichaam als lichaamsvreemd gezien.
  2. Zie onderstaande tabel:
  3. Probleem/verschijnsel

    In het geval van reuma wordt een bepaald eiwit uit het gewrichtskapsel nier meer als lichaamseigen herkend.

    Oriëntatie

    Bij ratten zijn bepaalde witte bloedcellen buiten het lichaam van de rat bewerkt en vervolgens als vaccin teruggebracht. Hierdoor verminderde de reumaverschijnselen bij ratten.

    Onderzoeksvraag

    Werkt het vaccin dat bij ratten de reumaverschijnselen deed verminderen ook bij mensen?

    Hypothese

    Als het vaccin bij mensen ook werkt dan verminderen de reumaverschijnselen bij mensen, omdat de bewerkte, witte bloedcellen nu niet meer als lichaamsvreemd gezien worden door het lichaam.

    Experiment

    Wet van de grote getallen: aan het onderzoek moeten voldoende proefpersonen met reuma meewerken om een verantwoorde conclusie te verkrijgen.
    Het onderzoek met dubbelblind worden opgezet: noch de proefpersonen noch de artsen/onderzoekers weten of ze de experiment-/behandelgroep zijn welke het vaccin krijgt of dat ze horen tot de controle-/placebogroep welke een placebo (=neppil) krijgt.

    Conclusie

    Als bij de proefpersonen die het vaccin kregen de reumaverschijnselen verminderen en bij de proefpersonen die de placebo kregen niet dan werkt het medicijn ook bij mensen. N.B. bij het onderzoek moet natuurlijk ook rekening worden gehouden met eventuele bijwerkingen!

  4. Bij een vaccin gaat het om een dode of verzwakte ziekteverwekker (lichaamsvreemd). In het geval van het reumaverhaal gaat het niet om een ziekteverwekker, maar om een bewerkte, witte bloedcel (lichaamseigen).
  5. Wij eten het vlees niet rauw op. Bij het bakken/braden van het vlees leggen de meeste bacteriesoorten het loodje door verhitting en kunnen we dus veilig het vlees opeten.
  6. Bij de griepspuit gaat het om een vorm van actieve immunisatie. Van een aantal griepsoorten worden antigenen gebruikt. Eenmaal in je lichaam komt er een reactie op gang waardoor antistoffen tegen deze antigenen opgebouwd wordt. Er ontstaan ook geheugencellen.
  7. I) Elk jaar ontstaan er weer nieuwe varianten van griep en II) Er zijn honderden varianten van griep en in een griepspuit zitten enkele varianten. Experts berekenen welke varianten waarschijnlijk gaan heersen in een winterseizoen en deze varianten belanden dan ook in een griepspuit. N.B. Wat zal er gebeuren als we alle varianten van griep in een griepspuit zouden stoppen?
  8. Ja, je kunt de werking van de centrale verwarming vergelijken met het proces homeostase. Homeostase is het streven van een organisme naar een constant, intern milieu. Door middel van negatieve terugkoppeling schommelen waarden (bijvoorbeeld lichaamstemperatuur) om een normwaarde (bijvoorbeeld kerntemperatuur bij mensen ligt rond de 37 oC). De centrale verwarming werkt op dezelfde manier; is de temperatuur onder een ingestelde waarde dan slaat de ketel aan en wordt warm water door de radiatoren gepompt. Komt de temperatuur boven de ingestelde waarde dan slaat de ketel af.
  9. Dat een mens ongeveer 25x zoveel energie verbruikt dan een alligator komt omdat mensen warmbloedig zijn en alligators koudbloedig. Het kost een organisme veel energie om de lichaamstemperatuur constant te houden.
  10. H2 Biosfeer in beweging en H3 Blik op oneindig (Solar)

    Klik hier voor de antwoorden van de opdrachten.

    H4 Ontwerpen en produceren en H6 Evolutie (Solar)

  11. Meer vrije tijd die vaak buiten wordt doorgebracht. Het schoonheidsideaal van een mooie bruine huid. Kennis over de schadelijkheid van UV-straling.
  12. Het proces met economisch rendabel zijn (winst maken). Winst maken is alleen mogelijk als er een markt is voor de producten. Het proces mag geen al te grote belasting voor het milieu vormen. Het proces moet veilig zijn voor de werknemers en de directe omgeving.
  13. Automatisering leidt vaak tot een vergroting van de productie. Verder zijn ook bij geautomatiseerde processen nog steeds arbeidskrachten nodig. Voor het maken van automatiseringsinstallaties en het onderhoud ervan zijn ook arbeiders nodig.
  14. Not in my backyard betekent niet in mijn achtertuin. Vaak vindt ment dat zo’n fabriek er wel moet zijn, omdat er nuttige producten gemaakt worden, of omdat het goed is voor de werkgelegenheid. Men wil echter geen last van de nadelen hebben. Ofwel, men wil de fabriek dan niet heel dicht bij de eigen woonomgeving hebben.
  15. Financiële belangen. Maar ook maatschappelijke of politieke overwegingen spelen vaak een rol. Het kan zijn dat het publiek graag ziet dat er veel onderzoek naar ziekte X wordt gedaan. Politieke partijen zullen dan, om kiezers te behouden, het onderzoek naar ziekte X prioriteit geven.
  16. Klein en slim zijn kan in veel omstandigheden een grotere overlevingskans hebben dan groot en sterk.
  17. Als er kleine erfelijke verschillen ontstaan binnen een soort in een bepaald gebied, dan worden de genen nog steeds uitgewisseld, omdat de organismen elkaar nog als soort herkennen. Als er een isolatie optreedt, kunnen de genen niet meer uitgewisseld worden. De verschillen binnen de groep zullen niet groter worden omdat de natuurlijke selectie voor de hele groep hetzelfde is. Als er isolatie tussen populaties optreed dan kunnen er geen genen uitgewisseld worden. De omstandigheden in de gescheiden populaties kunnen anders zijn waardoor de verschillen blijven bestaan en zelfs groter worden. Als de verschillen zo groot zijn dat de organismen geen vruchtbare nakomelingen meer kunnen krijgen bijvoorbeeld omdat ze niet meer met elkaar willen paren, dan zijn er twee soorten ontstaan.
  18. Resistentie van bacteriën ontstaat doordat een populatie behandeld wordt met een bacteriedodend middel(bijvoorbeeld penicilline). De meeste bacteriën gaan dood, maar onder de talrijke bacteriën zitten er altijd wel een paar met een mutatie die ervoor zorgt dat ze het gevaarlijke middel min of meer onschadelijk kunnen maken. Deze overlevers krijgen nakomelingen met genen die weerstand bieden tegen de dodelijke stof. Men gaat steeds meer antibioticum (penicilline) gebruiken. Onder de talloze nakomelingen zitten er altijd enkele die ook daar tegen kunnen. De bacteriën worden zo resistent tegen penicilline.
  19. De ozonlaag houdt bepaalde typen UV-straling tegen. Deze straling beschadigt het DNA waardoor veel mutaties ontstaan. Vroeger konden daardoor allerlei nieuwe typen bacteriën gevormd worden. Tegenwoordig zouden allerlei hogere organismen kunnen uitsterven of bijvoorbeeld kanker kunnen krijgen. Kanker wordt veroorzaakt door bepaalde mutaties in lichaamscellen die daardoor ongecontroleerd gaan delen
  20. Als alles in 6 dagen geschapen is (volgens het creationisme), dan is er geen goede verklaring voor dit verschijnsel.
  21. H5 De menselijke blauwdruk en H7 Zorg voor de toekomst (Solar)

  22. Vroeger werd een blauwdruk gebruikt om aan te geven hoe bijvoorbeeld een gebouw of onderzeeër eruit moest komen te zien. DNA is de genetische blauwdruk: het bepaalt hoe een organisme er uitziet.
  23. Zie onderstaande tabel:
  24. Codes voor valine:

    GUU GUC GUA GUG

    CAA CAG CAT CAC

    GTT GTC GTA GTG

    codons in het m-RNA

    codons in template streng DNA

    codons in coderende streng DNA

  25. Het codon in het m-RNA voor methionine is AUG. Door een mutatie kunnen de volgende codons ontstaan: ACG (threonine), AGG (arginine) en AAG (lysine). Ofwel drie andere aminozuren.
  26. In menselijk DNA is de base C gekoppeld aan een G en een A gekoppeld aan een T. Ofwel het percentage C is gelijk aan G. Dit geldt ook voor A en T. Bij een virus zijn deze percentages niet aan elkaar gelijk. Conclusie: het DNA van een mens is dubbelstrengs en het DNA van een virus is enkelstrengs.
  27. Een levend organisme vertoont zeven levenverschijnselen. Een virus vertoont er maar één: waarnemen.
  28. Aangezien het miljarden jaren duurt eer uit gestorven organismen aardgas gevormd is, wordt aardgas niet tot de vernieuwbare hulpbronnen gerekend.
  29. Daar waar biomassa geteeld wordt, kan geen voedsel worden verbouwd. Voor het verbouwen van biomassa is veel water nodig dat ook voor andere doeleinden gebruikt had kunnen worden.
  30. Er is niet doorgegaan met het verbouw van hout om het verbruik van hout aan te vullen.
  31. Bij het maken van een product moet je een bijbehorende last (als een rugzak) meenemen.
  32. Voorkomen dat regenwater direct het riool ingaat. Water hergebruiken. Overschakelen op oppervlaktewater (het stimuleren van grijs water). Het stimuleren van waterbesparende toepassingen.